Boekomslag Marit Törnqvist - Bellen blazen in Burundi (bron: website van de auteur)

Eind november ontving Marit Törnqvist de Johannes Vermeerprijs, de staatsprijs voor de kunsten. Dit nieuwsfeit was voor mij meteen ook de eerste kennismaking met de illustrator en kinderboekenschrijver. Ik was onder de indruk van haar toespraak, waarin ze niet schroomde om kritische woorden te richten aan het kabinet voor het waardeloze besluit om de BTW op boeken te verhogen. Ze richtte zich tot minister Eppo Bruins – uit wiens handen ze de prijs ontving. Hoog tijd dus om kennis te maken met haar werk. Het was logisch geweest om te beginnen in een van haar kinderboeken, maar ik koos voor haar eerste en vooralsnog enige boek voor volwassenen – Bellen blazen in Burundi. 

Samenvatting van de uitgever

Hoewel de titel en vormgeving doen vermoeden dat het een kinderboek betreft, is dit boek een impressionistisch geschreven verslag van een bezoek door de kunstenares (1964) aan een ziekenhuis van Artsen zonder Grenzen in Burundi. Het is een aangrijpend verslag van wat een dergelijk ziekenhuis iedere dag aan zieken, gewonden, armen, wezen, ontvangt, in omstandigheden die iedere beschrijving tarten. De kunstenares reageert verward, geschokt, aarzelend, soms huilend op het lijden om haar heen en ook op de reacties van het (para-)medisch personeel. Haar pogingen om contact te maken met patiënten zijn ontroerend en ontwapenend. Haar tekeningen (de illustraties) kleuren haar verhalen. De auteur, illustrator en schrijver, heeft reeds verschillende prijzen op haar naam staan. Ook verschenen als Luisterboek bij uitgeverij Rubinstein.

Visjes

Hoewel de auteur in Burundi is op uitnodiging van Artsen Zonder Grenzen, had (of nam) Törnqvist duidelijk de vrijheid om haar eigen vragen te stellen en twijfels te uiten. Daar is ze open over. Zo bespreekt ze met een arts dat hun werk veel weg heeft van dweilen met de kraan open, zoveel hulp als er nodig is en zo ontoereikend als die soms is. De arts deelt dan een mooie parabel met haar. Hij herinnert zich hoe hij met zijn dochter over het strand liep en daar duizenden kleine visjes op het droge aanspoelden. Toen zijn dochter uit alle macht visjes in zee terug gooide, verzuchtte hij dat het weinig zin had: het waren zoveel visjes, die kon ze toch niet allemaal redden. Waarop zijn dochter verbolgen reageerde: maar voor deze visjes is het wél belangrijk. Zo moeten we het werk van Artsen Zonder Grenzen ook zien: ze kunnen niet alle mensen redden, maar elk leven dat ze wel redden, telt.
En zo kun je over de schouders van de verteller heen eigenlijk alleen maar bewondering hebben voor deze organisatie, en alle hulporganisaties.

Reality check

In mijn boekbespreking van Chris Ware’s graphic novel Jimmy Corrigan stelde ik al dat wat een verteller een goede verteller maakt, is hoe die kijkt en luistert. En Törnqvist kijkt haar ogen uit. In het ziekenhuis, waar de ‘kraamafdeling’ een kleine ruimte is – van andere ruimtes gescheiden door gordijntjes, en waar gedoneerde couveuses niet werken omdat er niet voldoende stroom voorhanden is. Onderweg in het busje dat patiënten ophaalt en thuisbrengt. Tijdens het observeren van de vele jonge vrouwen die hun zoveelste kind of miskraam krijgen. En in gesprekken met de artsen, die voor een onmogelijke opgave staan, maar constant de schouders eronder blijven zetten.

Wat sterk is aan dit boek is Törnqvists vermogen tot zelfreflectie. Ze vermijdt zorgvuldig de blik van de buitenstaander die denkt de situatie zonder echte kennis van zaken snel te kunnen beoordelen. Ze snapt dat ze overkomt als weer zo’n witte die denkt wel even te komen vertellen hoe mensen daar moeten leven.

Het moment waarop ze bellen gaat blazen is tekenend. Ze doet dat in een poging contact te leggen met de kinderen. Aanvankelijk zijn die bang, ze hebben zulke luchtbellen nooit eerder gezien. Maar als ze eenmaal door hebben dat bellenblaas helemaal niet eng is, breekt het ijs. Dan volgt de reactie van de moeders van de kinderen: als zij door hebben dat Törnqvist voor die bellenblaas zeep gebruikt, zijn ze geschokt. En Törnqvist, door die reactie, ook. Ze beseft dat wat voor haar speelgoed is, voor deze mensen een noodzakelijk maar kostbaar en moeilijk te verkrijgen levensmiddel is. Een pijnlijke reality check.
De titel van het boek is daarom treffend gekozen. Het gaat net zozeer over de situatie in Burundi en het harde werk van de Artsen Zonder grenzen als over hoe zij als witte westerling zich probeert te verhouden tot haar onbekende omstandigheden.

Gelukkig is deze witte westerse auteur er een met een sterk ontwikkeld omgevingsbewustzijn. Ze stelt zichzelf zo min mogelijk op de voorgrond. Ze observeert, legt vast – liefst samen met de Burundezen, en reflecteert. Via dit reisverslag geeft ze een prachtig inkijkje in hoe zij de wereld om zich heen aanschouwt, in zich opneemt, erop kauwt. Zorgvuldig en met gevoel brengt ze onder woorden wat het allemaal met haar doet – en vraagt ze zich af wat haar aanwezigheid met de omgeving doet.

Het wonderlijke is dat ik dit inkijkje kreeg zonder de bijbehorende illustraties te kunnen bekijken; ik luisterde naar de luisterboekversie. Dat is natuurlijk half werk bij een boek van een illustrator. Dus dat zal ik zeker nog in de bieb opzoeken. Maar de door de auteur zelf voorgelezen versie mag er zeer zeker ook zijn.

#DeZinVanHetBoek

Uit elk boek dat ik lees, kies ik een zin die mij erg raakt, of die de bedoeling van het boek goed verwoordt. Het kan ook zijn dat die zin juist aansluit bij actuele gebeurtenissen of discussies in de samenleving. Uit dit boek koos ik deze zin:
‘Visjes terugwerpen in zee. Niet allemaal, maar wel zoveel je kunt.’
Zie ook Op zoek naar de zin van het boek.

Bronnen

Marit Törnqvist (2007) – Bellen blazen in Burundi. Amsterdam: Rubinstein (Luisterboek)

Johannes Vermeerprijs – Juryrapport 2024

Website van de auteur

Website van Artsen Zonder Grenzen

Bellen blazen in Burundi – Recensie
Getagd op:                            

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *