
Soms vergis je je bij de keuze voor een boek. En soms blijkt dat achteraf helemaal zo erg niet. Toen ik The Word for World is Forest van mijn boekenplank pakte, was mijn eerste vergissing dat ik dacht dat dit net zo’n hartverwarmend verhaal zou zijn als de Monk & Robot-serie van Becky Chambers.
Op social media had iemand een lijst met hopepunk-auteurs gedeeld, waar Le Guin in voorkwam. Nu kende ik Le Guin al een klein beetje – ik had The Dispossessed een tijdje geleden gelezen en toen al besloten dat ik meer van haar werk wilde lezen. En door de hopepunk-hint dacht ik dit een aangename afleiding zou worden van een stapel non-fictie over zware onderwerpen.
Van de achterflap
Vrij vertaald en samengevat
Wanneer de inwoners van een vredige wereld worden veroverd door destructieve yumens, verandert hun bestaan onherroepelijk. Gedwongen tot slavernij, zijn de Athsheans onderworpen aan de genade van hun wrede meesters. Uit wanhoop nemen ze wraak op hun ontvoerders. Daarmee komt een einde aan hun geweldloze bestaan. Elke slag tegen de indringers van de andere planeet is een slag voor het vredelievend samenleven van de Athsheans. Zodra het doden begint, is er geen weg meer terug.
Spiegel
Le Guins verhaal over de Athsheans die bruut worden onderworpen door mensen die de Aarde hebben verlaten, voelde allesbehalve aangenaam. Nu ben ik me ervan bewust dat hopepunk behoorlijk zwaar en zelfs duister kan zijn – ik heb me heus verdiept in het genre en al aardig wat voorbeelden gelezen. Dus ik weet dat in hopepunkverhalen personages voorkomen die kwaad in de zin hebben en dat er geregeld geweld aan te pas komt.
Toch was ik niet ingesteld op een verhaal dat mij zo zou deprimeren. Ik las over yumens, oorspronkelijk Aardbewoners, die op een andere planeet het daar van oudsher levende volk, de Athsheans, tot slaaf maken, hun vrouwen verkrachten, hun gebruiken verstoren en hun bossen voor eigen gebruik vernietigen. De enige manier waarop de onderdrukte en gekoloniseerde Athsheans zich hiertegen kunnen beschermen is door het gedrag van de yumens na te bootsen: door te vernietigen en te moorden.
Het doden van de yumens vond ik nog niet eens het meest verdrietige – vaak denk ik dat de Aarde (en andere planeten) veel beter af zou(den) zijn zonder mensen. Wat ik vooral bedroevend vond was het feit dat een vreedzaam volk, dat nog nooit eerder had gedood, nu opeens de dood als daad accepteerde en omarmde. Ben je eenmaal de grens overgestoken, dan is er geen weg terug. Er is iets moois verloren gegaan in de cultuur van de Athsheans. ‘For if it’s all the rest of us who are killed by the suicide, it’s himself that the murderer kills; only he has to do it over, and over, and over.’
Dat ik het verhaal deprimerend vond, betekent niet dat ik het slecht vond, integendeel. Le Guin weet in een kort verhaal een spiegel voor te houden die pijnlijk duidelijk maakt hoe schadelijk de mensheid is – voor de planeet, de natuur en zichzelf. Ze laat zien hoe wij mensen de neiging hebben om de wereld alleen vanuit ons eigen gezichtspunt te zien. Onterecht menen we dat onze manier van kijken ook de juiste manier is. Wij veroorloven ons om onze omgeving en anderen te beoordelen en te kwalificeren, en beschouwen wat en wie anders is als ‘minder’. Zo staan we onszelf toe om onze gewoonten op te leggen aan andere culturen, zelfs als we alle reden hebben om aan die gewoonten te twijfelen. In het verhaal van Le Guin gaat het om de mensheid versus bewoners van een andere planeet, maar uiteraard kun je de mensheid in dit verhaal met gemak gelijkschakelen met de witte westerse imperialisten, en de Athsheans met de volkeren die daardoor eeuwenlang zijn onderdrukt.
Wegduiken maakt het erger
Mijn tweede vergissing was dat ik dacht dat ik even een pauze kon nemen van alle (nieuws over) narigheid, over mensen die elkaar alleen maar kwaad berokkenen – hetzij door oorlog of door woorden. Het nieuws is duister en bedroevend, actuele gebeurtenissen zijn duister en bedroevend – de verleiding is groot om het nieuws uit te zetten en troost of comfort te zoeken in boeken of muziek. We hebben soms ook luchtigs en positiefs nodig om zware tijden te kunnen doorstaan.
Maar het is – behalve voor wie ziek is of andere narigheid kent – een luxe om je af te wenden van de nieuwsberichtgeving, terwijl mensen die daadwerkelijk slachtoffer zijn van de nieuwsgebeurtenissen, zoals oorlogsgruweldaden zich daar niet van kunnen afwenden. Ontkennen van al het slechte nieuws maakt ook niet dat het niet gebeurt. Sterker, dat ontkennen komt juist ten goede aan de kwade krachten in de samenleving. Zonder tegengas wordt wat ooit als extreem en schadelijk werd beschouwd, geaccepteerd en normaal. Kwade krachten moet je niet passief ontkennen, maar actief bestrijden – zelfs als dat betekent dat je (vreedzame) principes opzij moet zetten. Dat voelt uiterst ongemakkelijk, maar ja, wie zegt dat het leven gemakkelijk is? Ik denk dat dat de belangrijkste les is van The Word for World is Forest. Al met al dus zeker een uitstekend hopepunkverhaal. En een goede oproep om niet achterover leunend bezorgd te zijn, maar om op te staan en iets te doen.
#DeZinVanHetBoek
Uit elk boek dat ik lees, kies ik een zin die mij erg raakt, of die de bedoeling van het boek goed verwoordt. Het kan ook zijn dat die zin juist aansluit bij actuele gebeurtenissen of discussies in de samenleving. Uit dit boek koos ik deze zin:
‘What are they doing?’ abruptly becomes ‘What are we doing?’ and then ‘What must I do?’
Zie ook Op zoek naar de zin van het boek.
Bronnen
- Ursula K. Le Guin (1976) – The Word for World is Forest. London: Orion Books
- Aja Romano (27 december 2018) – ‘Hopepunk, the latest storytelling trend, is all about weaponized optimism.’ In: Vox