Boekomslag Mounir Samuel - Je mag ook niets meer zeggen. Een nieuwe taal voor een nieuwe tijd

Pas op! Een boek met een ‘toontje’! In Je mag ook niets meer zeggen benoemt Mounir Samuel problemen, spreekt hij veroorzakers daarop aan en draagt hij alternatieven aan. Dit alles zónder door het stof te gaan en onderdanig te smeken om begrip. Wie zich aangesproken voelt, herkent daarin ongetwijfeld een verwijtende toon. Maar, spoiler alert: dat toontje, dat zit er helemaal niet in. Dat Samuel niet eerbiedigend verzoekt, maar vanuit gelijkwaardigheid voorstellen doet, kan voor sommige lezers moeilijk zijn. Waarom het ook voor hen – en eigenlijk iedereen – toch de moeite loont dit boek te lezen, vertel ik hieronder.

Van de achterflap

‘Een nieuwe tijd vraagt om een nieuwe taal. Maar wie weet eigenlijk nog wat je wel en niet tegen wie kunt zeggen? In Je mag ook niets meer zeggen maakt Mounir Samuel met humor duidelijk op welke manieren een taal kan uitsluiten en wat we daaraan kunnen doen. Hij zet je aan het denken en schuwt geen taboe of ongemak. Dit is een boek voor iedereen die streeft naar een inclusieve, veilige en toegankelijke omgeving, op het werk, in de klas, het theater, de dokterspraktijk of thuis. Het is geen checklist of verbodenwoordenlijst, maar een heldere gids die ons leert hoe we waardegericht met elkaar kunnen omgaan. Dit is dé blauwdruk voor een Nederlandse taal van en voor iedereen.’

Clickbait

Zinnen die je op meerdere manieren kunt lezen, ik hou ervan. ‘Het boek is uit’ kan betekenen dat het boek net is verschenen, dat het net uitgelezen is, of dat het fenomeen boek uit de mode is (zie ook #2xlezen). Net zo kun je de titel van dit boek op in ieder geval twee manieren interpreteren.
De eerste, meest voor de hand liggende, interpretatie is de veelgehoorde klaagzang van mensen die beweren dat het nagenoeg verboden is om bepaalde uitspraken te doen (onderwijl diezelfde uitspraken straffeloos herhalend, liefst extra luid). De tweede, subtielere, manier waarop je deze zin kunt lezen, is dat niets zeggen ook goed is. Je hoeft niet altijd en overal een mening over te hebben, laat staan dat je die altijd luid en duidelijk moet uiten. Je kunt ook luisteren in plaats van te praten, of ruimte bieden aan de ander, in plaats van zelf alle ruimte te claimen. Een derde manier om te titel te kunnen lezen: je hoeft niet nog meer van hetzelfde te herhalen.
De eerste lezing fungeert als clickbait: Mounir Samuel hoopt – denk ik – diegenen die deze zin vaak verzuchten te bereiken en hen aan te zetten tot anders denken, en tot nieuw, inclusiever taalgebruik. De tweede interpretatie spreekt mij enorm aan. Wie die zin uitspreekt en als spiegel voorgehouden krijgt, gaat hopelijk inzien: het gaat niet om mij, het gaat erom dat ik meer rekening houd met de ander.  Zie ook de column die ik afgelopen jaar uitsprak bij de uitreiking van de Prijs voor de Onderwijsjournalistiek.

Je kunt zoveel meer zeggen

Dat is nog maar de titel, dan heb ik het nog niet eens over de inhoud gehad. Die is behoorlijk uitgebreid, actueel en informatief. Het gaat over anders denken en praten over gender, validisme, racisme, dekolonisatie, inclusie, democratisering. Eenmaal verleid tot het openslaan van dit boek, krijgt de lezer een enorm palet aan suggesties over hoe je allerlei zaken wél kunt benoemen.
Mounir Samuel – politicoloog, publicist, theatermaker, trainer, cultureel ondernemer – zegt niet alleen welke taal hij liever ziet verdwijnen, maar doet ook suggesties voor alternatieven. Hij laat zien dat de taal rijk genoeg is en volop mogelijkheden benut om de zaken anders te verwoorden, mensen en kwesties anders te benoemen. Je mag ook niets meer zeggen? Je kúnt van alles zeggen, maar dan empatischer, duidelijker, constructiever.

Samuels enthousiasme spat ervan af: naar eigen zeggen schreef hij dit boek in enkele maanden tijd. Hij zat duidelijk in een flow, waarbij hij de ene ingeving na de andere op papier zette. Ingevingen die wel gestoeld zijn op pijnlijke ervaringen. Want naast het enthousiasme spat ook de pijn van de pagina’s af, van de auteur zelf, van velen in zijn omgeving, van velen in ónze omgeving.
Als kapstok voor de nieuwe taal hanteert Samuel vijftien waarden. Althans, hij noemt ze waarden. Het is eigenlijk een mix van waarden en richtlijnen of normen. ‘Expertise en identiteit zijn verschillende zaken’, bijvoorbeeld, is naar mijn idee geen waarde. De inhoud van die zin klopt en het is prima dat Samuel erop wijst, maar dat heeft eerder te maken met het ophelderen van begripsverwarring dan dat eruit spreekt hoe we in het leven staan en met elkaar wensen om te gaan.

Soms lijkt de auteur wel een beetje door te schieten in zijn enthousiasme om de Nederlandse taal te voorzien van een reeks nieuwe begrippen. Hij geeft zelfs aanwijzingen voor hoe mensen ze kunnen leren toepassen – en lijkt er ook op te rekenen dat mensen dat zullen doen – een beetje zoals je in een zelfhulpboek zou verwachten.
Nu heeft Je mag ook niets meer zeggen wel iets weg van een zelfhulpboek: het maakt de lezer bewust van kwetsende denk- en gedragspatronen en stelt daar concrete alternatieven tegenover, voorzien van voorbeelden uit de literatuur of zijn eigen ervaringen.
Als je dit boek gaat lezen, wat ik zeker aanraad, zul je je op momenten, al dan niet plaatsvervangend, te pletter schamen. Samuel geeft in elk hoofdstuk voorbeelden van vragen die we beter niet kunnen stellen. Zo adviseert hij in het hoofdstuk over validisme: ‘Vraag een persoon met een beperking vooral niet hoeveel die de belastingbetaler kost.’ Duh, dacht ik, het is toch logisch dat je zoiets niet doet?! Maar de reden dat zulke voorbeelden in het boek staan is omdat mensen dergelijke opmerkingen wel degelijk maken.

Dat brengt me weer op de mensen die daadwerkelijk geregeld verzuchten dat ze niets meer zouden mogen zeggen. Ik denk dat zij vrezen dat anderen hun plaats willen innemen of hun leefstijl volledig willen veranderen, en vrezen alles wat naar woke riekt (ik noem dat gewokeklaag). Dat ze denken dat ruimte bieden aan hetzelfde betekent als plaatsmaken voor. Volgens mij zien zij dat verkeerd. Het is ook niet waar Samuel op uit is. Geïnspireerd door Desmond Tutu’s verzoeningsaanpak, is hij fervent aanhanger van het principe van rechtsherstel (het beëindigen van een onrechtmatige situatie). En hij wil samen verder: ‘Het wordt tijd dat iedereen als deelnemer wordt erkend. Dat iedere burger op gelijkwaardige wijze kan bouwen, denken, werken, creëren, spelen, liefhebben en spreken. Dat de taal echt van ons allemaal wordt en daarmee even beweeglijk en dynamisch als deze tijd’ (p.337).
Toch zit er ook nog wat spanning op de term gelijkwaardigheid. Zo kan in de optiek van een nieuwe deelnemer aan een gemeenschap pas sprake zijn van ‘een gelijkwaardige relatie’ als diens wens om te participeren echt serieus wordt genomen, terwijl de mensen die al langer inwoner zijn van die gemeenschap al langer het idee hebben niet serieus te worden genomen. Een samenleving die diversvaardig is (mooie term van Samuel) luistert naar ieders inbreng. Daarbij is belangrijk dat alle deelnemers beseffen dat luisteren naar iedereen niet hetzelfde is als ieders input direct honoreren. Dat is niet (altijd) haalbaar of wenselijk.

Met de nieuwe woorden in gesprek

Taal verandert, zeker. Maar niet per se omdat een enkele auteur een nieuwe set woorden met zelf bedachte betekenissen aanreikt – ook al heeft hij deze goed doordacht en afgestemd met representanten van verschillende groepen. Of en hoe nieuwe woorden worden overgenomen, hangt van verschillende omstandigheden en factoren af. Het is ook de vraag of degenen voor wie Samuel het zegt op te nemen zich herkennen in de voorgestelde alternatieven en definities.
Bovenal – ook al komt dit boek min of meer over als een voorgesteld addendum op de Van Dale –  in essentie gaat het volgens mij niet eens om de specifieke woorden die Samuel voorstelt. Het gaat erom dat we anders gaan denken en redeneren: minder vanuit onszelf, meer vanuit de ander. En dat we het gesprek met elkaar aangaan. Het kan zeker helpen om te beschikken over woorden die we op dezelfde manier begrijpen. Maar een gemeenschappelijke taal alleen zorgt er niet direct voor dat mensen bereid zijn hun eigen standpunt te verlaten – zelfs als ze wel oog hebben voor het perspectief van de ander. De uitdaging is dan dat beide partijen actief de ruimte zoeken om elkaar te vinden én op het op punten oneens te zijn, maar elkaar wel te erkennen. Dat kan best moeilijk zijn. Maar dat iets moeilijk is, is geen reden het niet te doen. Dit boek geeft daar goede redenen en bruikbare suggesties voor.

#DeZinVanHetBoek

Uit elk boek dat ik lees kies ik de zin die mij het meest trof. In dit boek is dat de volgende:
‘Het denken moet worden opengebroken.’
Zie ook De zin van het boek

Verder lezen

Mounir Samuel (2022) – Je mag ook niets meer zeggen. Een nieuwe taal voor een nieuwe tijd. Amsterdam: Nieuwe Amsterdam

Je mag ook niets meer zeggen – Recensie
Getagd op:                                                                

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *