Boekomslag Coöperatie Laatste Wil / Sam Gerrits - Mijn laatste wil. De enige die kan bepalen of mijn leven volleefd is ben ik zelf.

Momenteel loopt een rechtszaak tegen een groep mensen die ervan wordt verdacht in georganiseerd verband een zelfdodingsmiddel te hebben verstrekt. Naar verwachting doet de rechter in juli 2024 uitspraak. De aangeklaagden zijn of waren lid van de Coöperatie Laatste Wil (CLW). Een ervan is mede-oprichter en voormalig voorzitter Jos van Wijk.
In een poging de visie en handelwijze van de voormalige bestuursleden te verduidelijken, liet Van Wijk zich interviewen voor de publicatie ‘Mijn laatste wil. De enige die kan bepalen of mijn leven volleefd is ben ikzelf.’ De Coöperatie Laatste Wil stuurde dit afgelopen jaar naar (nieuwe) leden. Op mij had dit boekje een averechts effect.

Woord vooraf

Eerst even dit: zelf ben ik groot voorstander van euthanasie. Vorig jaar verlosten artsen mijn moeder, uiteraard op haar verzoek en volgens een grondige procedure, uit haar lijden. Het voelde voor mijn moeder als een cadeau, nadat ze zich al jarenlang boos gemaakt had over het feit dat anderen bepalen of iemand voldoende lijdt om te mogen sterven. In haar geval kon het proces van begeleide levensbeëindiging in gang gezet worden zodra artsen hadden vastgesteld dat er duidelijke medische redenen waren die voor haar het leven ondraaglijk maakten en dat ze het besluit om te stoppen met vol verstand had genomen.

Dat ligt anders voor mensen die andere gronden hebben om niet door te willen of kunnen leven. Die fysiek-medisch weliswaar (min of meer) gezond zijn, maar helemaal klaar zijn met leven – of er nooit klaar voor waren. Zij moeten zich melden bij het Expertisecentrum Euthanasie, waar de wachttijd kan oplopen tot twee jaar. Of ze kunnen 113 bellen, dat echter vooral is gericht op zelfmoordpreventie. In veel gevallen zijn mensen daar ook echt bij gebaat – dank zij hulp vinden zij manieren om zich wel te vereenzelvigen met het leven en laten ze hun doodswens los.
Maar dan is er nog altijd een groep mensen die echt geen adviezen wil over hoe door te leven, die vooral (begeleiding bij) een goed levenseinde willen. Zij kunnen zich wenden tot Coöperatie Laatste Wil (CLW), dat weliswaar zegt die keuze niet direct te kunnen steunen of begeleiden, maar daarover wel informatie verstrekt.

In de week na mijn moeders dood wilde ik me uitspreken. Online vond ik een manifest, dat mij zeer aansprak: ik ondertekende het, riep anderen op dat ook te doen, en meldde me aan als lid van de afzender, de Coöperatie Laatste Wil. Korte tijd later stuurde de Coöperatie mij dit boekje, dat ik enige tijd had laten liggen. Toen ik het onlangs oppakte, mede naar aanleiding van de rechtszaak, verwachtte ik mijn motivatie om lid te zijn bevestigd te zien. In plaats daarvan kom ik nu – deels – op mijn eerdere keuze terug.

Recht op menswaardig sterven

Waar ik nog onverminderd achter sta, is het pleidooi voor de mogelijkheid van een laatste menswaardig afscheid omringd door dierbaren – zonder de angst dat hen een straf boven het hoofd hangt. Ik deel Jos van Wijks zorg als hij zegt dat mensen die tegen hun wil moeten doorleven, elke dag weer de hel in worden gestuurd.
Tijdens het lezen moest ik denken aan mensen in mijn omgeving die het leven zo ondraaglijk vonden, dat ze eruit waren gestapt. Een studiegenoot die een overdosis medicijnen had genomen, een kennis die zich had opgehangen, een ander die stopte met eten en drinken, de vader van een vriend, die in bad zijn polsen had doorgesneden, een voormalig schoolvriendje dat van de kerktoren in Delft was gesprongen. Ze voelden zich kennelijk genoodzaakt tot deze diep treurige en pijnlijke wanhoopsdaden omdat vreedzamere en mildere methoden, zoals een pil of injectie, niet geoorloofd of voorhanden zijn. Ook dacht ik aan degenen die hen aantroffen en hen moeten missen.

Van Wijk stelt dat als mensen echt niet door willen of kunnen, er een mogelijkheid moet zijn om er zo pijnloos mogelijk – ook voor de omgeving – uit te stappen. En dat we hulp bij zelfdoding niet moeten zien als een alternatief voor levensbegeleiding, maar als menswaardig alternatief voor afschuwelijker, en eenzamer, levenseindes. Dit zijn afwegingen waar ik me zeer goed in kan vinden.

Ook het argument dat hulp bij zelfdoding uit het strafrecht moet worden gehaald, is wat mij betreft legitiem. Het OM stelt dat het recht op leven een van de belangrijkste mensenrechten is en lijkt te impliceren dat Van Wijk en de CLW mensen dat recht willen ontnemen. Waar zij echter voor pleiten is dat mensen (ook) het recht hebben te sterven, op een zelfgekozen manier en moment. Dat lijkt misschien hetzelfde, maar is dat niet. Eigenlijk kun je zeggen dat als de staat het recht op leven stelt boven zo’n recht om te sterven, dat een plicht tot leven wordt. Dat is behoorlijk hypocriet, zeker als je bedenkt dat diezelfde staat verre van voldoende investeert in adequate zorg. Met Van Wijk vind ik dat mensen zelf moeten kunnen bepalen of het leven voor hun nog draaglijk is. Maar als ze dan besluiten dat ze niet meer willen doorleven, niet meer willen doorgaan met lijden, dan denk ik dat ze daar deskundige begeleiding bij moeten hebben. Dat ziet Van Wijk anders.

Autonome route

Burgers die zelf willen beschikken over hun levenseinde, of daar hulp bij willen vragen of bieden, voelen zich gedwongen om andere oplossingen te zoeken. Dat bracht Van Wijk ertoe, vanuit een werkgroep bij de NVVE, samen met anderen de CLW op te richten. In de beginjaren werden door leden van de CWL huiskamergesprekken georganiseerd, waarin zelfdodingsmiddelen werden verstrekt, of informatie over hoe deze te verkrijgen. Het is niet geheel duidelijk in hoeverre de organisatie daar zelf actief een rol in had – in de rechtszaak maakt het OM een duidelijk onderscheid tussen het handelen van de organisatie CWL en dat van afzonderlijke leden. De coöperatie zelf zegt op dit moment vooral actief te zijn op het vlak van voorlichting en beleidsbeïnvloeding, en zegt nu niet mee te werken aan het verstrekken van zelfdodingsmiddelen, of aan het verschaffen van informatie daarover.

Van Wijk doet dat laatste, tot op zekere hoogte, wel in het interview. Niet dat hij meedeelt waar of hoe de lezer aan dat middel kan komen – dat zou strafbaar zijn. Maar hij geeft toch aardig wat voorbeelden van mogelijkheden. Bij het geven van die voorbeelden lijkt hij vooral duidelijk te willen maken dat burgers prima in staat zijn om een eigen levenseinde te organiseren zonder tussenkomst van derden, zoals een arts. Dit is wat hij en de CLW de autonome route noemen.
En dit is ook waar ik moeite mee heb bij het lezen van dit betoog. Hoezeer ik ook vind dat de mogelijkheden tot (hulp bij) levensbeëindiging moeten worden verruimd, ik maak me zorgen over het gevaar dat erin schuilt wanneer burgers – met beperkte medische, en scheikundige, kennis – middelen in huis halen en toedienen.

Daarnaast vind ik autonomie als leidend principe problematisch. We maken allemaal deel uit van een groter geheel, en bovendien is maar zeer de vraag in hoeverre we in staat zijn om in alle opzichten volledig zelfstandig te denken en te handelen, zonder betrokkenheid van ter zake deskundigen, zonder steun te zoeken in onze kring, en zonder rekening te houden met gevolgen voor anderen. ‘Ikke eerst’, is wat er vooral in doorklinkt, en daar zijn we volgens mij niet mee geholpen.

Dat verklaart ook waarom de betogende stijl in het boekje mij tegenstaat. Daarin redeneert Van Wijk voortdurend vanuit zichzelf. Dat is weliswaar goed te begrijpen vanuit zijn uitgangspunt dat de autonomie van het individu leidend is. Een persoonlijk perspectief kan een pleidooi voor autonomie kracht bij zetten.
Maar ik lees hier eigenlijk helemaal niet over een algemeen ik dat moet worden beschermd tegen de staat, maar over een specifiek iemand die voor zichzelf iets wilde bereiken, die dat breder heeft getrokken en daarvoor een hele organisatie heeft opgetuigd. Althans, dat is de indruk die achterblijft.

Misgeslagen plank

Dat de opbouw van het boekje ronduit warrig is, draagt niet bij aan het betoog. Het lijkt wel of schrijver Sam Gerrits het transcript van het gesprek, dat van de hak op de tak ging, rechtstreeks bij de uitgever heeft ingediend. Een redactieslag had geholpen om hier meer structuur in aan te brengen. Nu komt het over alsof er een deadline moest worden gehaald.

Als leeservaring was dit boekje daarom tamelijk onbevredigend. Ik kan het zeker waarderen als een verhaal of betoog mij in verwarring brengt in die zin dat het mij laat twijfelen over eerdere overtuigingen, of meer vragen stelt dan antwoorden geeft. Maar de verwarring die ik nu voel is vooral omdat het op mij overkomt alsof aan deze publicatie tamelijk weinig zorg is besteed, en dat bij een dermate precair onderwerp. Het werpt de vraag op in hoeverre deze publicatie iets zegt over de (on)zorgvuldigheid van de werkwijze van deze coöperatie op andere vlakken.

Aan de andere kant: het heeft me ook geholpen om een eerdere keuze te herzien. Het ondertekenen van het manifest en mijn oproepen daartoe kan ik achteraf nog billijken: ik ben het nog steeds met de strekking eens, ook omdat het uitgangspunt van de autonome route hierin niet expliciet wordt gemaakt. Maar door het lezen van dit boekje heb ik wel besloten mijn lidmaatschap bij CLW op te zeggen en over te stappen naar de NVVE. Dat zal niet de opzet van de makers zijn geweest, vermoed ik, maar ik ben ze wel dankbaar.


#DeZinVanHetBoek

Uit elk boek dat ik lees, kies ik de zin die mij het meest treft en de zin van dat boek uitdrukt. Uit dit boek is dat deze:
‘Je moet het mensen mogelijk maken om zélf de verantwoordelijkheid te nemen, niet alleen voor hun eigen leven, maar ook voor hun eigen sterven.’

Eigen wil eerst? – Boekbespreking
Getagd op:                        

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *