Boekomslag Sophie Albers en Albert Jan Kruiter- Doen wat goed is. Pleidooi voor praktische wijsheid in het sociale domein

Ongetwijfeld heb je een collega, manager of een als inspirerend aangekondigde keynote spreker wel eens deze retorische vraag horen stellen: ‘Doen we de goede dingen, en doen we die goed?’ Het is best een goede vraag, en het is goed om die geregeld te stellen, en vooral ook te beantwoorden. Nog beter, denk ik, is om de vervolgvraag te stellen, namelijk: Hoe doen we de goede dingen, en hoe doen we die goed? Op zoek naar voorbeelden van mensen die antwoord zoeken op diezelfde vraag, kwam ik onder andere uit bij dit manifest van Sophie Albers en Albert Jan Kruiter.

Van de achterflap:

De publieke zaak is op drift. Decentralisaties in het sociale domein die de gemoederen bezig houden. Wachtlijsten bij zorgaanbieders en financiële tekorten bij gemeenten. Woningnood en perikelen bij de belastingdienst. Tegelijkertijd vinden professionals dagelijks de publieke zaak van de toekomst uit. Door slim te laveren tussen regels en ruimte helpen ze mensen met problemen. Daar moeten we het van hebben. Sophie Albers en Albert Jan Kruiter pleiten voor een nieuw paradigma om de wijze praktijken van deze professionals te herkennen, erkennen, waarderen en beter te benutten.

Praktische wijsheid

Sophie Albers en Albert Jan Kruiter zijn actieonderzoekers bij de School voor Publieke Waarden van het Instituut voor Publieke Waarden en zijn werkzaam in het sociale domein. Dat is een werkveld waar ik zelf niet erg bekend mee ben, anders dan wat ik erover verneem uit berichtgeving in het nieuws. Wat ik wel kan zeggen is dat het voorstel dat zij doen – om in de beroepsuitoefening en professionalisering van welzijnswerkers en ambtenaren ruimte in te bouwen voor praktische wijsheid – zeker ook van toepassing is op het onderwijsveld. 

Maar wat is dat dan, praktische wijsheid? De auteurs ontlenen dit concept aan de bedenker ervan, de Griekse wijsgeer Aristoteles. Aristoteles omschreef het als verstandigheid, een deugd die in essentie gaat om het vinden van het juiste midden. Het is gericht op het goede, in de ethische zin van het woord: het behelst moreel handelen. Dat zijn vrij abstracte concepten, die Albers en Kruiter concreter maken aan de hand van gesprekken die zij hebben gevoerd met een zestal welzijnsmedewerkers: een wijkteamprofessional, een administrateur bij een woningcorporatie, een gemeentelijk ambtenaar,  een administrateur bij een zorgverzekeraar, een jeugdhulpverlener en een teamleider van maatschappelijk werkers. 

Ieder van hen heeft situaties meegemaakt waarin ze een keuze moesten maken tussen strikt de regels volgen of hierin de ruimte zoeken zodat ze hun cliënten beter konden bijstaan. Uit de gesprekken leiden de auteurs af dat de professionals beschikken over de volgende kwaliteiten:

  • Ze hebben een sterk ontwikkeld waarnemingsvermogen en hebben oog voor verschillende perspectieven in situaties
  • Ze voelen het morele appèl dat een onrechtvaardige situatie op hen doet
  • Ze weten snel bij- van hoofdzaken te onderscheiden en ongebruikelijke zaken met elkaar in verband te brengen
  • Ze blijven niet hangen in analyses, maar gaan over tot pragmatische oplossingen
  • Ze handelen: ze voeren die oplossingen ook daadwerkelijk uit door tot actie over te gaan

Volgens Albers en Kruiter dragen deze kwaliteiten bij aan de praktische wijsheid waar Aristoteles op doelde. De welzijnsprofessionals hebben de moed om, wanneer nodig, het juiste midden te zoeken tussen de regels en de ruimte. De auteurs benadrukken dat het niet gaat om ruimte alleen: net als regels kun je er daar ook te veel van hebben. De truc is daartussen het juiste midden te vinden, en verstandig te handelen.

Wat is goed?

Uit de voorbeelden die Albers en Kruiter noemen is af te leiden dat de welzijnsprofessionals geregeld moeten afwegen in hoeverre de regels en het systeem hun cliënten helpen, of dat die hen juist belemmeren. In het laatste geval gaan ze op zoek naar alternatieven waarmee hun cliënten wel zijn geholpen. Voor Albers en Kruiter zijn dat goede voorbeelden van mensen die het juiste midden zoeken en vinden. Sterker: ze stellen dat het verkennen van alternatieven zelfs kan bijdragen aan innovatie van de hele organisatie of processen, waar uiteindelijk meer cliënten – en de samenleving – bij gebaat zijn.

Hier zijn wel enkele kanttekeningen bij te plaatsen. Ten eerste doemt de vraag op of het juiste midden, bezien vanuit het perspectief van de cliënt waar de professional zich voor inspant, ook het juiste midden is vanuit het perspectief van andere cliënten of van collega’s van de professional. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat een welzijnswerker via omwegen een subsidie weet zeker te stellen voor diens cliënt, maar dan lopen andere cliënten – die volgens de regels wel daarvoor in aanmerking kwamen – die gelden mis. 

Ten tweede hangen dergelijke wijze praktijken veelal af van de inschatting van de individuele professionals en hun vermogen en bereidheid om af te wijken van de gangbare en voorgeschreven procedures. In het verlengde daarvan is het de vraag of alle professionals vergelijkbare afwegingen kunnen maken als de gesprekspartners van Albers en Kruiter doen. Niet dat vergelijkbare situaties altijd moeten leiden tot dezelfde oplossingen – het wordt ook duidelijk dat elke situatie persoons- en contextafhankelijk is. Maar dat is wel iets waar je je in kunt bekwamen. Praktisch wijs handelen is geen kwestie van talent, maar vraagt welbewuste oefening en tijd.

Praktisch wijze professionalisering

Ook dat laatste punt erkennen de auteurs. Daarom juist stellen zij ook voor dat praktische wijsheid deel gaat uitmaken van professionaliseringstrajecten, en dat het ook in het organiseren van het werk op de voorgrond komt te staan. Zo blijft het niet alleen een kwestie van individuele inschattingen, maar wordt het onderdeel van een professionele standaard.

Het is naar mijn idee een wijs advies om te stellen dat als een bepaalde kwaliteit noodzakelijk is voor het goed uitvoeren van een bepaalde functie, de professional zich hierin – bij voortduring – bekwaamt. Dat kan via opleiding, bijscholing of on the job trainingen en intervisie. Dit is nog lang niet het geval voor alle beroepen en beroepsopleidingen, maar er wordt her en der wel degelijk al werk van gemaakt. Zo maken praktische wijsheid en ethiek deel uit van het curriculum van de Haagse Hogeschool, voor diverse beroepsopleidingen. Zie ook mijn boekbespreking over Aristoteles in actie van Elke Müller en collega’s. En de gastlessen die Astrid Poot aan ontwerpers/designers in het hbo geeft, raken hier ook aan. Zie mijn bespreking van haar DIY ethiek handboek.

Mij lijkt overigens logisch dat praktische wijsheid ook wordt ingebed in opleidingen en bijscholingen voor leraren zelf. Net als welzijnsprofessionals maken onderwijsprofessionals dagelijks ethische keuzes en afwegingen. Sterker, waarom zouden we ons beperken tot de publieke sector? Ook wie in het bedrijfsleven werkt – juist wie daar werkt – kan zich richten op de vraag hoe het goede goed te doen. Dat lijkt mij in ieder geval een zeer goede zaak.

#DeZinVanHetBoek

Uit elk boek dat ik lees, kies ik de zin van die mij het meest treft en die voor mij de zin van dit boek uitdrukt. Uit dit boek is dat deze:
‘Als alles ruimte is, bestaat er geen ruimte.’

Meer lezen

Sophie Albers en Albert Jan Kruiter (2020) – Doen wat goed is. Pleidooi voor praktische wijsheid in het sociale domein. Meppel: Uitgeverij Van Gennep


Doen wat goed is – Recensie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *